Thursday, 20 August 2009

Op 1 september zet ik op mijn kop wat ik wil


Als je kijkt naar de moslimwereld - en niet in ’t Middenoosten dit keer, maar wel in ons eigen landje - dan is er duidelijk iets heel bijzonders aan de gang.

Als ons beeld van de Islam de komende jaren zal wijzigen, dan zal het niet dankzij onze media, onze overheid of ons eigen politiek correct fatsoen zijn, maar wel dankzij een hele generatie Belgische moslima’s die iets willen bereiken. Ze zijn 100% vrouw. Ze zijn scherp van tong en weten heel goed wat ze willen. Ze willen geen scholen boycotten, maar studeren. Ze willen naar de universiteit en daarna een nobele rol bekleden in de samenleving.

Je kan het al een tijdje zien. Je ziet het op TV als er weer eens een debat is over integratie.

Twee maanden per jaar sta ik ‘s avonds les te geven in het volwassenenonderwijs, en daar zie je het heel duidelijk. Je ziet het aan wie gedreven is. Je ziet het aan wie afstudeert.

Precies daarom vond ik het ontzettend onrechtvaardig, maar vooral heel dom toen ik hoorde dat er een hoofdoekenverbod werd aangekondigd in de Antwerpse Athenea. Onrechtvaardig omdat je mensen kwetst, en een belangrijk onderdeel van hun ontwikkeling en identiteit afneemt.

Dom omdat je zogenaamde onderdrukking niet kan oplossen met een ander soort onderdrukking.

Onbegrijpelijk trouwens dat het onder het voorwendsel van ‘emancipatie’ gebeurt. Beste schooldirecteuren, die emancipatie waar jullie blijkbaar zo bezorgd om zijn, die vormt zich momenteel bij de Moslima’s zelf. En die mag je niet fnuiken. Die moet je van binnenuit de kans geven om te groeien. En ja; met hoofddoek.

Want een onderwijsinstelling zou haar leerlingen net moeten klaarmaken voor een toekomst waar culturen steeds dichter bij elkaar komen te staan. Een schooldirectie mag daarom de verschillen niet wegmoffelen, maar ons daar net het goede van laten inzien, en ons daar mee om leren gaan.

In plaats van me er nog langer aan te ergeren, heb ik overleg gepleegd met Olaf en Gertjan, copywriter en art director bij 10 Advertising. We vonden immers dat in een stad van iedereen, je op je kop mag zetten wat je wil.

We namen contact op met de dames van BOEH! (www.baasovereigenhoofd.be), en waren het er snel over eens dat we een positieve en grappige actie moesten ontwikkelen.

Een campagne die op zich groter is dan een ja-nee spelletje. Want dit beperkt zich infeite niet tot de Islam, maar gaat over het recht om met trots je overtuiging en religie te beleven. Het gaat over recht op je persoonlijkheid.

Het is nu uitkijken naar 1 september, een dag waar we hopen dat we met humor zoveel mogelijk publieke opinie kunnen winnen. Laat ons hopen dat humor de absurditeit van het hoofdoekenverbod zal aankaarten voor heel wat mensen. Ik sta zelf in ’t onderwijs, en heb er eigenlijk nooit een moment bij stilgestaan of je nu betere of slechtere schoolresultaten zou boeken met een hoofddoek.

Je kan BOEH steunen. En nee, we vragen geen geld.

Je kan je aansluiten bij de Facebook groep “Ik zet op mijn kop wat ik wil”, en die vind je hier.

http://www.facebook.com/pages/Op-1-september-zet-ik-op-mijn-kop-wat-ik-wil/115922184723?ref=mf

Je kan iets op je kop zetten, kom ermee op de foto en voorzie er je profiel mee. Maar liefst hebben we natuurlijk dat je op 1 september afzakt naar de Rooseveltplaats, en mee komt tonen dat ook jij op je kop zet wat je wil.

Religie toegepast op een merk van zonnepanelen

Om te antwoorden op de vraag om religie toe te passen op een duurzaam product of merk, hieronder een oefening om de receptuur toe te passen op een merk van zonnepanelen.

Eerst en vooral moeten klanten met zonnepanelen dit via een bepaald teken of symbool kunnen uiten. Een herkenbaar paneeltje aan de deurbel wijst erop dat de bewoner (of het gehuisveste bedrijf) deel uitmaakt van de zonne-community van dat merk. Wat op zich ook goeie reclame betekent. Het brengt immers het juiste verhaal op gang als gasten aanbellen. En is mond-aan-mond-reclame niet de beste reclame? Daarna zouden de gasten bij het aperitief met bewondering kunnen kijken naar een hip meettoestelletje in I-pod design op de salontafel.

Het zonne-energiebedrijf kan in haar reclame-campagnes het zonnetijdperk aankondigen en in schil contrast met het ‘passé’-tijdperk van fossiele brandstoffen stellen. Zo creeërt ze niet alleen zichzelf, maar ook haar vijand. De vijand wordt zowaar ontmaskerd als een monster dat de mensheid al jaren onfair behandeld heeft. Zo hebben klanten een goed gevoel over zichzelf, voelen ze zich superieur en in verbondenheid met het merk ten opzichte van ongelovigen.

Want net zoals een religie hoort een merk te communiceren vanuit een sterke wereldvisie. Ze moet een formule aanreiken hoe u en ik kunnen toetreden en toewijden. Het merk heeft ook concrete zaken te vertellen: bijvoorbeeld hoeveel kilowatt-uur, hoeveel vierkante kilometer of hoeveel daken er nodig zijn om onze hele wereld te voorzien van zonne-energie.

Een belangrijk evangelie om gelovigen te winnen is de terugverdien- of investeringsformule. Dit overtuigend rekensommetje is de doctrine die voor de consument de bevrijding van hun aloude elektriciteitsleverancier inluidt. Dit evangelie moet goed vormgegeven zijn, want het stelt gelovigen in staat om andere gelovigen voor het ideeëngoed te winnen.

Het merk moet er voor zorgen dat zich dagelijks een interessant ritueel bij de klanten voordoet. Dat mensen op hun hippe meettoestel kijken hoeveel ze produceren en consumeren en zo iedere dag opnieuw hun geloof in duurzaamheid bevestigd zien.

Ik kan nog een tijdje doorgaan, maar voeg tot slot een bijkomende, heel sterke analogie met religie toe. Het merk van zonnepanelen creëert best gewijde plaatsen. Ze zou ze het dak van bekende en zichtbare gebouwen een kroonlijst met zonnepanelen moeten geven. Of wat dacht u van gekende voetbalstations? Zo zal het merk in het stadsbeeld op monumentale wijze aanwezig zijn. Mensen zullen omhoog kijken. Het merk wordt een religieuze grandeur aangemeten.